De verdeling van de “lusten” van een klimaatvriendelijke wereld

De transitie naar een klimaatvriendelijke maatschappij en economie is niet enkel een verhaal van lasten. Daarnaast gaat het zelfs niet alleen over het voorkomen van de rampzalige gevolgen van de klimaatcrisis. Het biedt de uitgelezen kans op een transitie naar een betere, meer aangename, gezondere, en minstens even welvarende wereld. Denk aan meer en betere jobs, betere luchtkwaliteit, stillere en groenere steden, comfortabele mobiliteit, enzovoort.  

De uitdaging daarbij is dubbel. Ten eerste, ervoor zorgen dat die kans op een betere wereld ook effectief gegrepen wordt. Ten tweede, ervoor zorgen dat die voordelen ook rechtvaardig worden verdeeld. Het verhaal van de  ‘Odense Steel’ scheepswerf in Lindoe, Denemarken, bewijst dat het mogelijk is.

Het Deense scheepswerf was vroeger één van de grootste in Europa. Als gevolg van de economische crisis werd het bedrijf in 2012 opgedoekt. Hiermee kwamen 8000 jobs op de helling te staan. Al snel werd duidelijk dat offshore hernieuwbare energie een opkomende sector was waarmee veel jobs gecreëerd konden worden. Lindoe bleek een geschikte plek voor een ommezwaai naar deze sector, mede doordat de nodige structuur aanwezig was: dokken, productie- en opslagfaciliteiten, kranen, transport,... Met een minimum aan bijkomende opleiding konden de ontbrekende competenties worden ingevuld. Op deze manier werd een succesvolle omwenteling van scheepsbouw naar offshore gerealiseerd. Jobs bleven behouden, er bleef werkgelegenheid in de regio en de bedrijvigheid zorgt voor een omslag naar hernieuwbare energie.

Groene jobs en vaardigheden

Het voorbeeld van Lindoe toont aan dat de transitie, en de grote veranderingen die ze in vele economische sectoren zal teweegbrengen, heel veel jobs zal creëren, vaak in functies die nu nog niet bestaan, of waarvoor vaardigheden nodig zijn die te weinig mensen nu hebben. Hierbij is het belangrijk om in het oog te houden bij wie die nieuwe jobs terechtkomen. Ook moet er rekening gehouden worden of de nieuwe jobs kansen bieden voor de vele mensen wiens job gaat verdwijnen.

Het spel van vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengen, door bijvoorbeeld zoveel mogelijk mensen om te scholen en hen nieuwe “groene vaardigheden” bij te brengen, is iets wat ook op collectief niveau moet gebeuren. Dat kan niet aan elk individu overgelaten worden. Op nationaal niveau kan dit gebeuren, maar ook al binnen sectoren of zelfs binnen bedrijven.  

Een job is daarnaast meer dan enkel een inkomen en wat vaardigheden; het is ook een identiteit. Voor mijnwerkers, bijvoorbeeld, die per definitie als eerste de gevolgen zullen moeten dragen van de transitie naar een koolstofarme wereld, is in de mijn werken meer dan een job. Het is een levensstijl en het bindmiddel van een gemeenschap. Ook hier zullen we aandacht moeten voor hebben.

Willen we dat de transitie draagvlak vindt, dan is het nodig iedereen een perspectief op een zinvol leven te bieden in de wereld na deze transitie. Want zoals Upton Sinclair ooit schreef: “het is moeilijk om iemand iets te laten inzien, als zijn loon afhangt van het feit dat hij het niet inziet.”

BLIJF OP DE HOOGTE

Blijf op de hoogte van het klimaatbeleid en schrijf je in op onze nieuwsbrief.